Vandaag met Pa ruim anderhalf uur met de vaste stok gerommeld. De vangsten waren niet bijster veel, maar er zaten een aantal leuke momenten bij. Pa wat Blankvoorns en ik zelf nog deze mooie Ruisvoorn. Aan het einde kwam Pa zijn dobber ineens een stuk omhoog en kwam plat te liggen. We zagen het allebei gebeuren… Helaas mocht het aanslaan niet baten… maar was waarschijnlijk nog een leuke vangst geweest. Binnenkort nog maar eens. De twee snoekhengeltjes met Dood Aas mochten niets opleveren.
woensdag 9 september 2009
zondag 6 september 2009
Noorwegen 2009
Een dag later was het hoofddoel al grotendeels bevredigd: we zaten in de omgeving van Sigdal tussen de meren, bergen, beken en in de wijde omgeving waren geen auto’s, mensen, winkels en drukte te bekennen.
Ook het subdoel zou deze dag al gedeeltelijk bevredigd worden want om 10.00 uur gleden we met een Canadese kano te water, gewapend met een hele lichte geleende hengel, blinkertjes, fototoestel en lunchpakket. Na een uur varen was het voor het eerst raak: een baars van ongeveer 15 cm klapte fel op de blinker. Het uur daarna bleef het rustig. We trokken de kano op het droge, genoten van ons lunchpakket omringd door vogels, schitterende natuur en verse elandensporen…… ellendig hoor zo’n reisje ;-)
Na de lunch te hebben genuttigd, gleden we weer te water en na drie minuten was het raak. Een felle aanbeet op de lichte hengeltop. Ik voelde aan mijn hengeltop dat de vis aan de anders kant een andere weerstand bood dan de eerder gevangen baars. Na een minuutje lag er een mooie beekforel van zo’n 20 cm in mijn handen, een soort die ik nooit eerder in het wild had mogen vangen!
Die dag vingen we 6 mooie forellen en 2 baarsjes. Monsters of specimen waren het zeker niet. Op dit meer geldt echter de oeroude Olympische gedachte: ‘meedoen is belangrijker dan winnen’. En geloof me, als je op zo’n meer in de middle of nowhere zit en ben omringd door zo’n schitterende natuur, ben je maar wat blij dat je ‘mee kan doen’ en voelt elke centimeter vis die je vangt als een nieuw persoonlijk record…
‘thinx 2 do-lijstje’ te laten staan, goede reden om nog een keer terug te keren naar Noorwegen ;-)
Jaco
zaterdag 5 september 2009
Op Zoek naar METERSNOEK – Deel 5
‘
Dood Aas’
Ik heb veel vertrouwen in het slepen met kunstaas. Uiteraard staan er weer een aantal sessies op de rails voor in het najaar en de komende winter. Toch wil ik het niet alleen maar hebben van kunstaas of een sessie van een halve of hele dag. Ik hou ervan om er af en toe eens even lekker op pad te gaan. Negen van de tien keer wordt het dan struinen met de blinker en dat loont meestal wel. Alleen de echte grote jongens blijven uit. Snoekjes tussen de 60 en 80 komen met grote regelmaat de kant op, maar hier boven toch eigenlijk zelden. Dit is toch vreemd, omdat ik er van overtuigd ben dat ze er wel zitten.
Zoals al eerder beschreven in deel 4 van OZNM, zit ik nu tot over mijn oren in de verslagen van Co Sielhorst. De man brengt me op ideeën… Zijn aanpak, met Dood Aas op redelijk groot water, op dieptes van 6 tot 9 meter, bezorgen me kriebels. Ik heb een aantal wateren in mijn hoofd om een soortgelijke aanpak op uit te gaan voeren. In het verleden heb ik regelmatig met Dood Aas gehengeld en soms met succes. Toch was het nooit bijster goed. De verhalen van Co lezend, doet me beseffen dat onze manieren van aanpak een aantal wezenlijke verschillen kent. Dat maakt me enthousiast om mijn aanpak te herzien.
Voordat ik het grotere water wil gaan bestoken, wil ik mezelf deze aanpak eerst vaardig maken op klein bekend water. Dit biedt de mogelijkheid om een aantal korte sessies te plannen, van hooguit een uur of twee-en-een-half. Voorheen viste ik altijd met een takel met twee dreggen en een enkele haak. De aanpak van 1 dreg en elastiek staat me veel meer aan. Daarnaast heb ik nooit gevoerd. Eigenlijk vreemd, want zodra ik ga Karperen, maak ik een voerplek aan met Boilies, Mais of Pellets, waarom niet met stukken Makreel, Voorn, Sardines of Brasem?
Alsof ik een voorgevoel had van deze nieuwe aanpak, want een week of twee geleden heb ik toevallig een witvisser om wat aasvis gevraagd. In de vriezer ligt dus nog wat per stuk verpakte Voorn. Natuurlijk is dat nooit genoeg om de winter mee door te komen, dus ik kan er de komende weken nog even tegenaan. Lekker met de vaste stok en een snoekhengeltje… Ook wel weer erg leuk, want eigenlijk ben ik helemaal geen ‘vaste-stok-visser’. Een andere aanpak is ook om één hengel met grote aasvis uit te rusten. Veel groter dan kleine Makreel ben ik niet gewend. Al met al, genoeg om eerst op ‘klein’ water te proberen. Juist met Dood Aas wordt het ook interessant om ook de schemer mee te pakken, dus dat is qua vistijd ook nuttig.
Een ander idee, waar Co Sielhorst het tot deel 50 nog niet over heeft gehad (zover ben ik inmiddels), is het langzaam slepen met Dood Aas. Op een water waar ik een aantal keer met succes ben wezen slepen, heb ik eens twee roofvissers zo te werk zien gaan. Af en toe standje 1 van de elektromotor aan of met de wind mee. Niet ver achter de boot, twee fel gekleurde dobbers die langzaam mee gingen. Afhankelijk van de wind vaar ik met kunstaas meestal op standje 3 of 4 met de elektromotor. De nieuwe manier wordt dus tergend langzaam vergeleken met wat ik gewend ben. Toch lijkt het me zeker wat. En niet te vergeten… de spanning van deze manier van Snoeken!!
Iets waar Sielhorst het wel over heeft is het langzaam binnendraaien van je aas. Na een kwartier of desnoods 10 minuten, een meter dichterbij. De kans dat je toch die dikke dame pakt, die net wat dichterbij ligt, is toch wat groter. Wanneer je dit met twee hengels in waaiervorm een aantal keer herhaald, bestrijk je toch een zeer groot gebied. In één van zijn eerste sessies vist hij vanuit zijn boot. Er gingen gelijk alarmbellen rinkelen. Met vrijwel ieder artikel wat Co schrijft, zie ik eigen potentiële stekken voor me. Ik kan bij iedere, door hem gebruikte tactiek, wel een bijpassende stek verzinnen waar ik die toe kan passen. De eerder genoemde ‘kriebels’, is puur enthousiasme wat ik weer krijg, om de strijd aan te gaan. Een compliment voor Co is dus zeer op zijn plek.
Leo
Ik heb veel vertrouwen in het slepen met kunstaas. Uiteraard staan er weer een aantal sessies op de rails voor in het najaar en de komende winter. Toch wil ik het niet alleen maar hebben van kunstaas of een sessie van een halve of hele dag. Ik hou ervan om er af en toe eens even lekker op pad te gaan. Negen van de tien keer wordt het dan struinen met de blinker en dat loont meestal wel. Alleen de echte grote jongens blijven uit. Snoekjes tussen de 60 en 80 komen met grote regelmaat de kant op, maar hier boven toch eigenlijk zelden. Dit is toch vreemd, omdat ik er van overtuigd ben dat ze er wel zitten.
Zoals al eerder beschreven in deel 4 van OZNM, zit ik nu tot over mijn oren in de verslagen van Co Sielhorst. De man brengt me op ideeën… Zijn aanpak, met Dood Aas op redelijk groot water, op dieptes van 6 tot 9 meter, bezorgen me kriebels. Ik heb een aantal wateren in mijn hoofd om een soortgelijke aanpak op uit te gaan voeren. In het verleden heb ik regelmatig met Dood Aas gehengeld en soms met succes. Toch was het nooit bijster goed. De verhalen van Co lezend, doet me beseffen dat onze manieren van aanpak een aantal wezenlijke verschillen kent. Dat maakt me enthousiast om mijn aanpak te herzien.
Voordat ik het grotere water wil gaan bestoken, wil ik mezelf deze aanpak eerst vaardig maken op klein bekend water. Dit biedt de mogelijkheid om een aantal korte sessies te plannen, van hooguit een uur of twee-en-een-half. Voorheen viste ik altijd met een takel met twee dreggen en een enkele haak. De aanpak van 1 dreg en elastiek staat me veel meer aan. Daarnaast heb ik nooit gevoerd. Eigenlijk vreemd, want zodra ik ga Karperen, maak ik een voerplek aan met Boilies, Mais of Pellets, waarom niet met stukken Makreel, Voorn, Sardines of Brasem?
Alsof ik een voorgevoel had van deze nieuwe aanpak, want een week of twee geleden heb ik toevallig een witvisser om wat aasvis gevraagd. In de vriezer ligt dus nog wat per stuk verpakte Voorn. Natuurlijk is dat nooit genoeg om de winter mee door te komen, dus ik kan er de komende weken nog even tegenaan. Lekker met de vaste stok en een snoekhengeltje… Ook wel weer erg leuk, want eigenlijk ben ik helemaal geen ‘vaste-stok-visser’. Een andere aanpak is ook om één hengel met grote aasvis uit te rusten. Veel groter dan kleine Makreel ben ik niet gewend. Al met al, genoeg om eerst op ‘klein’ water te proberen. Juist met Dood Aas wordt het ook interessant om ook de schemer mee te pakken, dus dat is qua vistijd ook nuttig.
Iets waar Sielhorst het wel over heeft is het langzaam binnendraaien van je aas. Na een kwartier of desnoods 10 minuten, een meter dichterbij. De kans dat je toch die dikke dame pakt, die net wat dichterbij ligt, is toch wat groter. Wanneer je dit met twee hengels in waaiervorm een aantal keer herhaald, bestrijk je toch een zeer groot gebied. In één van zijn eerste sessies vist hij vanuit zijn boot. Er gingen gelijk alarmbellen rinkelen. Met vrijwel ieder artikel wat Co schrijft, zie ik eigen potentiële stekken voor me. Ik kan bij iedere, door hem gebruikte tactiek, wel een bijpassende stek verzinnen waar ik die toe kan passen. De eerder genoemde ‘kriebels’, is puur enthousiasme wat ik weer krijg, om de strijd aan te gaan. Een compliment voor Co is dus zeer op zijn plek.
Leo
Op Zoek naar METERSNOEK – Deel 4
Dichterbij lukt niet… Na 99 cm komt dé Meter! Ik heb het vaak moeten horen de laatste dagen; “Kon je er nu geen meter van maken?” of “Aah, dat is toch gewoon een Meter!”
Nee, het is geen meter, niet voor mij tenminste. Ik schreef al eerder dat ik liever 1,03 meter vang dan 1,00 precies. Maar nu zit ik mezelf al weer in te dekken voor een mening van een ander. En daar gaat het nu juist om, ik doe het voor mezelf. Ik wil mezelf niet belazeren door een lengte af te ronden. En al zou het dus de volgende keer wél 1 Meter precies zijn, dan heb ik mijn eerste Metersnoek te pakken...
Een rare week was het wel. Na het uitbrengen van ‘OZNM deel 1 t/m 3’ vang ik mijn recordsnoek… Alsof het zo moest zijn. Ik ga dus vrolijk verder met deel 4. Zoekend en lezend op internet kom je behoorlijk wat metersnoeken tegen. Op metersnoeken.nl heb je zelfs de 120+ lijst met al twee dames van 130+. Magische grenzen zijn net planningen, ze rekken mee. De magische grens van 100 cm is dus ook weer heel persoonlijk. Voor veel fanatieke Snoekbaarsvissers geldt inmiddels deze magische grens. Voor de fanatieke Snoekvissers dus 120+ en dus zelfs 130+. Voor mij voorlopig 100+ maar dit zal wellicht ooit richting 110+ gaan…
(Een legendarische uitspraak van Dé Sprookjesboom)
De laatste week ben ik heerlijk verzeild geraakt in de artikelen van Co Sielhorst; Op Zoek naar MEGAsnoek. Co is al een ‘stapje’ verder dan dat ik ben. Heerlijk om zijn bevindingen te lezen. Even wennen dat Co (voorlopig) weinig met mooie snoekplaatjes heeft, maar na 5 artikelen went dat… Geeft maar weer aan hoe verziekt we soms zijn, we moeten plaatjes zien. Co heeft me weer laten inzien dat de geest ook een heleboel kan invullen. De fantasie is 9 van de 10 keer beter dan de werkelijkheid. Een verfilmd boek valt tenslotte ook vaak tegen.
…Co Sielhorst heeft zichzelf een doel gesteld voor het jaar 2001: het vangen van een mega-snoek. Een vis van plus 35 pond of boven de 1,25 meter. Het plan is rond. Het water waar het moet gebeuren is gekozen. De zoektocht begint in januari 2001. Dan zal hij van iedere sessie een verslag maken…
Afijn, ik doe me iedere dag een paar artikelen cadeau en dat is genieten. Terugkomend op hoe persoonlijk Magische Grenzen zijn; de bovengenoemde zijn ongekend. Geniaal om te lezen dat Co snoeken van dik boven de meter (en zelfs 115+) zonder al te veel gedoe in het water onthaakt, niet vastlegt op de gevoelige plaat en weer laat gaan. Het laatste (laten gaan) is natuurlijk vanzelfsprekend. Het geeft maar aan dat Co met iets heel persoonlijks bezig is. Ondanks dat hij schrijft voor groter publiek, hij doet het voor zichzelf. Hij hoeft niet zo nodig ‘bewijs’ te leveren. Co heeft een ‘competitie’ met zichzelf… schitterend!!
Leo
zaterdag 29 augustus 2009
Een kop... zo groot...
Iets voor het begin was het weer raak. Een stevige aanbeet en een log gevaarte aan de andere kant van de lijn. Niet lang na de aanbeet kwam het enorme exemplaar even aan de oppervlakte en zag ik een kop… zo groot had ik hem nog nooit gezien. Na een felle worsteling ging de Snoek er weer vandoor en trok de lijn zonder probleem door de al redelijk dicht gedraaide slip. Na een paar minuten, met inmiddels Pa en Conner meekijkend, kwam de Snoek langs de kant en kon ik een poging wagen ‘hem’ te pakken. Hij had de plug behoorlijk opgeslokt en een kieuwgreep was niet geheel zonder risico’s…. Dan maar achter zijn kop met twee handen… maar zelfs die kreeg ik er niet omheen. De Snoek ging er weer vandoor en inmiddels stonden er meer voorbijgangers mee te kijken. Bij de tweede poging wilde ik geen risico meer nemen.
Na ‘Op ZOEK naar METERSNOEK deel 1 t/m 3’, welke ik eerder deze week schreef, is deze dame toch wel een kroon op deze week… maand… of misschien wel van 2009. Maar het vervelende is… het seizoen moet nog beginnen, dus ik houd mijn hart vast. Voor mij is 2009 al geslaagd, maar wellicht komt die Metersnoek er nog aan. De 50 effectieve Metersnoek-vis-uren moeten nog ingaan. Wat dat inhoud kan je lezen in deel 2. Maar wanneer je zulke exemplaren ook tussen ‘neus-en-lippen’ door vangt, dan wordt struinen ook weer leuk ;)
vrijdag 28 augustus 2009
Last van Winderigheid!!
Vandaag toch nog even een uur met de spinhengel op stap. Samen met Pa afgesproken aan de waterkant. Op de heenweg nog even snel een worp onder het bruggetje. Ondanks de behoorlijk lompe inworp, via de betonnen rand, klapte er gelijk een Baars van 29 cm op. Hij had behoorlijk trek, want de blinker zat zo'n beetje bij z'n 'huig'. De foto moet je er maar bij denken, ik was nog alleen. 29 cm komt ongeveer overeen met de lange zijde van een A4-tje. Soepstengels zijn over het algemeen korter. Deze liggen tussen de 26,3 en 27,2 cm. Een opgerold pak vuilniszakken van KOMO zit ook rond de 29 cm. Maar dat verder terzijde.
Afijn, we hadden behoorlijk last van 'Winderigheid', waardoor we naar de ene kant 5 meter in konden gooien en de andere kant op 50 meter in konden gooien. Pa had nog twee Baarzen, waarvan de grootste 20 cm. Tevens klapte er bij Pa nog een Snoek op die helaas ook last van een vrijdagmiddaggevoel had, en er dus volledig naast zat. Tot slot nog een Snoekje van 39 cm en dat was al weer even geleden.
Die regenbui van vandaag voelde weer ouderwets aan. Laat maar komen die Herfst.
Die regenbui van vandaag voelde weer ouderwets aan. Laat maar komen die Herfst.
woensdag 26 augustus 2009
Conner vangt zijn eerste snoek!!
Abonneren op:
Posts (Atom)